Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.

12. In de onderhavige zaak hebben de vraag en het daarop gegeven antwoord betrekking op de gevolgen die het tenlastegelegde feit bij de misbruikte kinderen van de moeder heeft teweeggebracht. Het betreft derhalve enig onderwerp waaromtrent ingevolge art. 350 Sv naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting moet worden beraadslaagd. Het gaat immers om de ernst van het feit voor de slachtoffers. Dit betekent dat de moeder van de slachtoffers, in navolging van de hierboven genoemde jurisprudentie, op de voet van art. 290, tweede lid, Sv had moeten worden beëdigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 15692 tot 16279.