Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.

Enerzijds laat het gewijzigde ontwerp wel de rol van het slachtoffer voor de waarheidsvinding vervallen, maar anderzijds bevat het geen wezenlijke wijziging in hetgeen hierboven in 12 werd geciteerd over beweegredenen voor het spreekrecht (§ 4 sub b). Het blijft de bedoeling niet een victim's statement of opinion toe te staan, maar slechts een victim's statement of impact. In § 9 wordt de ommezwaai naar de eigenstandige positie voor het slachtoffer beargumenteerd: het slachtoffer behoort niet blootgesteld te worden aan het ondervragingsrecht van het openbaar ministerie en de verdediging. Art. 6 EVRM zou niet nopen tot de beediging van het slachtoffer als getuige wanneer het slachtoffer of de nabestaande spreekt over de gevolgen die het misdrijf in zijn leven teweeg heeft gebracht. Voorgesteld wordt niet slechts het OM en de verdediging, maar ook de rechter geen ondervragingsrecht te verlenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 21707 tot 22627.