Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.
18. Ik herhaal: als men van oordeel is dat een slachtoffer of nabestaande de gelegenheid moet krijgen om informatie naar voren te brengen die relevant is voor de rechter wanneer hij zijn beslissing moet nemen - en dat blijft een van de uitgangspunten van ook het gewijzigde wetsontwerp - dan zal men toch onder ogen moeten zien op welke wijze kan worden voorkomen dat de rechter zijn beslissing baseert op onjuiste informatie. Men zal op zijn minst een mechanisme moeten ontwikkelen dat ruimte laat voor het niet voor zoete koek moeten slikken door de overige procesdeelnemers, en met name de rechter, van wat van de kant van slachtoffers en nabestaanden naar voren wordt gebracht. Zo'n mechanisme ontwikkelen is nog niet zo eenvoudig, omdat het afleggen van een slachtofferverklaring geen aanleiding mag geven tot `blaming the victim', terwijl de waarheidsgetrouwheid van de inhoud van de verklaring buiten kijf moet staan, als men vindt dat de inhoud van die verklaring er wel degelijk toe doet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 24746 tot 25757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d | shasum -a 256