Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.
19. Wat moet nu de sanctie zijn op het verzuim de moeder te beëdigen? Doet het er toe of de door een onbeëdigde persoon gegeven informatie een rol in de besluitvorming heeft gespeeld, of doet dat er niet toe, en moet hier één, consequente, lijn worden getrokken zoals in HR NJ 1993, 531? Voor dat laatste is vanuit een oogpunt van duidelijkheid veel te zeggen: van een onbeëdigde verklaring die niet voor het bewijs wordt gebruikt kan immers wel degelijk invloed zijn uitgegaan op de overtuiging van de rechter. Datzelfde geldt voor de onderbouwing van de aanvaarding of verwerping van verweren over strafbaarheid van feit en dader, terwijl ook beantwoording van een formele voorvraag van wezenlijke invloed op de procespositie van een verdachte kan zijn: afstand gedaan hebben van het aanwezigheidsrecht mag niet op een terloopse opmerking uit de publieke tribune of van de koffiejuffrouw worden aangenomen, inhoudende dat de verdachte wist van de dag van de zitting. Dat kan iedereen wel zeggen (die kwaad wil).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 26396 tot 27427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d | shasum -a 256