Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.

23. Het hof verwijst in de aangehaalde passage niet naar hetgeen de moeder zegt. De overweging dat als een feit van algemene bekendheid kan worden aangenomen dat slachtoffers van dit soort misdrijven vaak nog lang ernstige psychische gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen, behoeft onder die formule inderdaad geen nadere feitelijke onderbouwing. Zelfs als in het concrete (onwaarschijnlijke) geval de zeer jonge slachtoffers géén ernstige psychische gevolgen van het handelen van verzoeker zouden hebben ondervonden verandert dat niets aan de overweging van het hof en aan de verwerpelijkheid van dat handelen. Immers: dat handelen had hij reeds zonder meer, maar zeker ook met het oog op de grote kans van ernstige psychische schade na te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 28850 tot 29619.