Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.

25. Uiteindelijk acht ik het middel dus gegrond. Ik heb mij ten aanzien van de consequenties hiervan nog de vraag gesteld of de onvermijdelijke vernietiging van het arrest tot integrale herbehandeling van de zaak moet leiden, dan wel of zou kunnen worden volstaan - in het licht van de bekentenis van verzoeker - met herberechting op het punt van de straftoemeting. Aan HR NJ 1993, 531 ontleen ik evenwel mijn oordeel dat de zaak in zijn geheel moet worden overgedaan: het arrest is door het verzuim substantieel nietig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 31304 tot 31837.