Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7634.

21. Voor zaken als de onderhavige geldt dat de verdachte zich ter terechtzitting in eerste aanleg ook door een schriftelijk gemachtigde, niet zijnde een advocaat, kan laten vertegenwoordigen (artikel 48, eerste lid, WED in samenhang met artikel 398, onder 2°, Sv). In hoger beroep biedt de wet die mogelijkheid voor de verdachte niet, zoals het hof terecht heeft geoordeeld. Anders dan het middel betoogt levert dit geen strijd op met artikel 6, derde lid, sub c, EVRM. Ik verwijs kortheidshalve naar HR 22 april 1997, NJ 1998, 53, waarin het om dezelfde gemachtigde ging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33858489b9c35014582e1d23a77b34f4a58f4c8b35f1cef14f2d3db97474343e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33858489b9c35014582e1d23a77b34f4a58f4c8b35f1cef14f2d3db97474343e, en de alinea staat in dat document op bytes 17669 tot 18255.