Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7637.
6. In cassatie wordt aangevoerd dat uit de processtukken blijkt dat in de aan de betekening van de inleidende dagvaarding voorafgaande fase van de procedure stukken naar verzoeker op het bovengenoemde adres zijn verzonden alsmede naar het adres [b-straat 1] te [woonplaats]. Op deze adressen stond verzoeker ten tijde van de verzending van de desbetreffende stukken achtereenvolgens ingeschreven in de GBA.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b3b045d23149dba92d7bd76ce5331db66905b08f28f524c5457ba86b3c942b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b3b045d23149dba92d7bd76ce5331db66905b08f28f524c5457ba86b3c942b6, en de alinea staat in dat document op bytes 5688 tot 6108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1b3b045d23149dba92d7bd76ce5331db66905b08f28f524c5457ba86b3c942b6 | shasum -a 256