Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7656.
5.3 Zoals uit mijn conclusie voor [B]/Den Haag volgt, onderschrijf ik dit betoog in beginsel. Het gaat er om of [verweerster], als niet-goederenrechtelijk gerechtigde gebruikster (huurster) in de periode vanaf de datum van het onteigeningsvonnis (vanaf dat moment loopt wettelijke interest over het bij dat vonnis bepalde voorschot) tot enig tijdstip vóór de datum van het eindvonnis enig geldbedrag/vermogenswaarde heeft moeten missen ter zake waarvan een rentevergoeding bij eindvonnis aangewezen is. De gebruiksgerechtigde verliest zijn gebruiksrecht niet bij een rechtens afdwingbare toezegging van voortgezet gebruik. Indien evenmin blijkt van reeds ten tijde van onteigeningsvonnis of inschrijving of kort daarna te maken kosten voor het zoeken van een nieuwe plek, voor verplaatsing, voor tijdelijk dubbele huur, voor liquidatie of anderszins, is een voorschot prematuur. Indien het gebruik van het onteigende vooralsnog zeker en voor een significante periode voortgezet kan worden is er in elk geval geen werkelijke renteschade aan te wijzen als gevolg van het niet reeds bij onteigeningsvonnis of inschrijving verkrijgen van de volle bij eindvonnis te bepalen schadevergoeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c543d1be7928bc3c3835db55f00efb74ed0c87f1c7631c37204125b58b969340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c543d1be7928bc3c3835db55f00efb74ed0c87f1c7631c37204125b58b969340, en de alinea staat in dat document op bytes 20778 tot 21979.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c543d1be7928bc3c3835db55f00efb74ed0c87f1c7631c37204125b58b969340 | shasum -a 256