Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7658.
3.9 Subonderdeel b betoogt dat de Rechtbank is voorbijgegaan aan het uitgangspunt in het onteigeningsrecht dat de te vergoeden waarde de hoogste waarde is die aan de zaak kan worden toegekend op basis van het gebruik dat een potentiële koper daarvan denkt te kunnen maken. Zo geformuleerd lijkt de klacht uit te gaan van de subjectieve waarde voor een fictieve koper (wat een gek ervoor geeft). Het toe te passen criterium is echter de prijs die in het zakelijk verkeer zou worden overeengekomen door redelijk handelende, van elkaar onafhankelijke derden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d989ec7efa3e148e9b9ffe8152d3980d95d55edae3da9320b56baacf2ca877cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d989ec7efa3e148e9b9ffe8152d3980d95d55edae3da9320b56baacf2ca877cb, en de alinea staat in dat document op bytes 19015 tot 19585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d989ec7efa3e148e9b9ffe8152d3980d95d55edae3da9320b56baacf2ca877cb | shasum -a 256