Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7659.
"Voor de Hoge Raad heeft de verplichting voor de verdachte om een advocaat een schriftuur met een of meer middelen te laten indienen het belangrijke gevolg dat de cassatierechter zich meer dan thans het geval is kan concentreren op de vragen die een beoordeling in cassatie verdienen. Dit komt de kwaliteit en de doelmatigheid van de rechtsbedeling in cassatie ten goede. In dit verband wordt gewezen op het wetsvoorstel 25 240 tot wijziging van onder andere het Wetboek van Strafvordering betreffende de bepalingen aangaande de procedure in cassatie in strafzaken. Hierin wordt aan het indienen van een schriftuur door de verdachte een termijn gesteld van twee maanden nadat hem is aangezegd dat de stukken van het geding bij de griffie van de Hoge Raad zijn binnengekomen. Deze termijnstelling, in combinatie met de thans voorgestelde schriftuurverplichting, is bevorderlijk voor een voortvarende afdoening van cassatieberoepen (vgl. ook de redelijke-termijn-eis van art. 6 EVRM). In zo'n geval kan immers snel en doelmatig worden vastgesteld welke cassatieberoepen ontvankelijk zijn en verder behandeld moeten worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b, en de alinea staat in dat document op bytes 7728 tot 8861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b | shasum -a 256