Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7659.
10. Ik neig ertoe die vraag ontkennend te beantwoorden. Volgens de MvT is in het stelsel dat de wetgever in de Wet van 28 oktober 1999 heeft neergelegd, voor de ontvankelijkheid van het beroep vereist dat namens de verdachte door een advocaat middelen van cassatie tegen de uitspraak waartegen het beroep is gericht, worden ingediend. De klacht dat na het instellen van het cassatieberoep de behandeling van de zaak zo lang heeft geduurd dat daardoor de redelijke termijn is overschreden, richt zich niet tegen de bestreden uitspraak. Het is een klacht over de procedure in de cassatiefase die, als de klacht gegrond is, consequenties heeft voor de bestreden uitspraak in die zin dat zij strafvermindering en in een uitzonderlijk geval niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging tot gevolg heeft. Met inhoudelijke of procedurele bezwaren tegen de beslissing waartegen beroep in cassatie is ingesteld, heeft een dergelijke klacht niets te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b, en de alinea staat in dat document op bytes 11256 tot 12239.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b | shasum -a 256