Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7659.
13. Ik ben van mening dat er geen reden is om anders te werk te gaan, indien de schriftuur geen middelen van cassatie tegen de bestreden uitspraak bevat. Ook dan voldoet het beroep niet aan de wettelijke vereisten en is het om die reden niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de raadsman in een schriftuur erop wijst dat in de cassatieprocedure de redelijke termijn is overschreden, kan mijns inziens alleen dan tot vernietiging leiden indien de Hoge Raad, omdat er ook middelen van cassatie zijn ingediend tegen de bestreden uitspraak, de zaak inhoudelijk in behandeling kan nemen. Alleen in dat geval maakt de procedure voor de Hoge Raad werkelijk deel uit van het proces in de zaak. Zoals in iedere procesfase kan vertraging bij de behandeling van het cassatieberoep tot vernietiging van de bestreden uitspraak leiden, indien deze zodanig is dat daardoor het recht op berechting binnen redelijke termijn is geschonden. Daarbij is niet relevant of de - overige - middelen, die klagen over de bestreden uitspraak, gegrond zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b, en de alinea staat in dat document op bytes 14075 tot 15118.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30ff279dfe8a0430e608c14f492aa1c3cfe70000fab50e0c451385a41a4f5e3b | shasum -a 256