Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7661.

12. Die verwijzing lijkt mij niet juist. In de genoemde twee zaken heeft de Hoge Raad bepaald dat een advocaat die door zijn cliënt is gemachtigd een rechtsmiddel in te stellen, daaraan geen uitvoering kan geven door op zijn beurt een griffiemedewerker te machtigen het rechtsmiddel in te stellen. De griffiemedewerker kan alleen rechtsgeldig een rechtsmiddel namens verdachte instellen als hij daartoe een schriftelijke machtiging van verdachte heeft ontvangen. De omstandigheid dat de gemachtigde advocaat niet de mogelijkheid heeft een derde schriftelijk te machtigen, betekent, zoals ik hierboven uiteen heb gezet, echter niet dat de advocaat niet een collega mag inschakelen om het rechtsmiddel in te stellen. Terecht heeft de raadsvrouw dan ook opgemerkt dat NJ 1998, 50 zich niet verzet tegen het inschakelen van een collega-advocaat en in deze zaak daarom niet van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf8c130d8eaa26e9374a0cf16357fa8214cbe32685ba1ea17f180280827d37b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf8c130d8eaa26e9374a0cf16357fa8214cbe32685ba1ea17f180280827d37b3, en de alinea staat in dat document op bytes 11911 tot 12813.