Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7661.

13. Dat neemt echter niet weg dat het oordeel van het Hof mij juist lijkt. Die conclusie berust op het volgende. Uit hetgeen de raadsvrouw volgens het proces-verbaal van de terechtzitting aldaar heeft verklaard, kan bezwaarlijk anders worden afgeleid dan dat mr. Aalmoes, de raadsvrouw van verdachte, niet uitdrukkelijk door haar cliënt gemachtigd was om hoger beroep in te stellen. Zou zij dat wel zijn geweest, dan zou dat hebben betekend dat ook mr Schutte na het verzoek van de raadsvrouw om ter griffie voor verdachte hoger beroep in te stellen, bepaaldelijk tot het instellen van hoger beroep namens verdachte gemachtigd was. Uit haar verklaring leid ik af dat mr Aalmoes van die regeling op de hoogte was en dat betekent dat haar verklaring dat mr Schutte tot het instellen van beroep niet bepaaldelijk gevolmachtigd was, niet anders kan worden uitgelegd dan dat zijzelf daartoe niet bepaaldelijk gemachtigd was. Die uitleg strookt ook met haar opmerking dat zij op grond van art. 503 Sv geen volmacht nodig had en met haar opmerking dat verdachte achteraf het beroep kon bekrachtigen. Dat laatste, bekrachtiging van het beroep achteraf, is immers alleen een begrijpelijk voorstel als er tevoren geen volmacht tot het instellen zou zijn verstrekt. Zou dat wel zo zijn dan zou verdachte - of zijn raadsvrouw - kunnen volstaan met de mededeling dat zulks het geval was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf8c130d8eaa26e9374a0cf16357fa8214cbe32685ba1ea17f180280827d37b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf8c130d8eaa26e9374a0cf16357fa8214cbe32685ba1ea17f180280827d37b3, en de alinea staat in dat document op bytes 12833 tot 14222.