Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7661.

17. De eerste subklacht treft evenmin doel. De regel waarop de klacht zich beroept houdt in dat de rechter niet bevoegd is te onderzoeken of de advocaat bepaaldelijk gevolmachtigd is om een rechtsmiddel in te stellen, indien de advocaat stelt dat dit het geval is. Dat is slechts anders als de verdachte die volmacht betwist. (Vgl. Elzinga, a.w. p.146 e.v.). In deze zaak heeft de verdediging echter niet gesteld dat de advocaat bepaaldelijk gevolmachtigd was. Integendeel: zij heeft medegedeeld dat dit niet het geval was. Daarop heeft het Hof vastgesteld dat er geen volmacht was en dat het rechtsmiddel derhalve in strijd met de wettelijke regeling was ingesteld. Van een onderzoek naar de geldigheid van de volmacht is geen sprake geweest. Vgl. HR 28 november 2001, nr. 00013/00.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf8c130d8eaa26e9374a0cf16357fa8214cbe32685ba1ea17f180280827d37b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf8c130d8eaa26e9374a0cf16357fa8214cbe32685ba1ea17f180280827d37b3, en de alinea staat in dat document op bytes 15367 tot 16163.