Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7842.
c) In de arresten HR 20 juni 1997, NJ 1998, 362 m.nt. WMK en HR 19 september 1997, NJ 1998, 689 m.nt. WMK waren er fouten geslopen in de aanduiding van de vordering resp. de vermelding van de juiste debiteur van de vordering. In beide gevallen heeft de Hoge Raad, wederom onder verwijzing naar zijn arrest van 1994, vooropgesteld dat voor de vervulling van de eis dat de vordering in voldoende mate door de (cessie- of pand-)akte moet worden bepaald, voldoende is dat die akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. In zijn arrest van 20 juni 1997 merkt de Hoge Raad bovendien nog op dat een onjuiste aanduiding van de vordering op een van de pandgever afkomstige computerlijst (waarnaar in de akte verwezen werd), er niet aan in de weg staat dat achteraf mag worden vastgesteld om welke vordering het gaat, mits achteraf aan de hand van objectieve gegevens vastgesteld kan worden welke vordering de pandgever met deze aanduiding op het oog moet hebben gehad. Dit strookt, aldus nog steeds de Hoge Raad, met de omstandigheid dat ook van een juiste aanduiding nauwelijks verwacht kan worden dat zij aan de pandhouder duidelijk maakt welke vordering de pandgever daarmee precies op het oog heeft gehad, zolang de pandgever hem niet achteraf aan de hand van zijn administratie de daartoe nodige nadere gegevens verschaft. In een overeenkomst die tot toezending van dergelijke lijsten ter verpanding van de telkens ontstane vorderingen op derden verplicht, ligt naar het oordeel van de Raad besloten dat de pandhouder bij voorbaat met een dergelijke wijze van aanduiding heeft ingestemd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde6a4b3aaa0364a75de28388b3ecc3418b919adf6213e3585d498be6cb4df99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde6a4b3aaa0364a75de28388b3ecc3418b919adf6213e3585d498be6cb4df99, en de alinea staat in dat document op bytes 16818 tot 18496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fde6a4b3aaa0364a75de28388b3ecc3418b919adf6213e3585d498be6cb4df99 | shasum -a 256