Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7842.
In de onderhavige zaak gaat het om normale bedrijfsvorderingen, die kenbaar zijn uit de administratie van de pandgever, terwijl de verpanding plaats vindt met het oog op de financiering van de bedrijfsactiviteiten waaruit de vorderingen zijn voortgesproten of zullen voortspruiten. In de zaak van 21 mei 1999 ging het om een geheel andere situatie, waarin de werknemer L. door tussenkomst van zijn partner B. (handelend onder een firmanaam en later als B.V.) werkte voor een bedrijf W. (L. en W. wilden om hen moverende redenen niet met elkaar contracteren). L. verrichtte frauduleuze handelingen ten nadele van W. en droeg ter vergoeding van de daardoor veroorzaakte schade vorderingen van hem op B. aan W. over. Daarbij waren er - zo begrijp ik de casuspositie - geen objectieve gegevens voorhanden aan de hand waarvan kon worden vastgesteld om welke vorderingen het precies ging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde6a4b3aaa0364a75de28388b3ecc3418b919adf6213e3585d498be6cb4df99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde6a4b3aaa0364a75de28388b3ecc3418b919adf6213e3585d498be6cb4df99, en de alinea staat in dat document op bytes 25471 tot 26366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fde6a4b3aaa0364a75de28388b3ecc3418b919adf6213e3585d498be6cb4df99 | shasum -a 256