Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7940.

4.2.4.4. De constatering in het enquĂȘteverslag (p. 9), dat kennelijk inmiddels door alle betrokkenen was overeengekomen dat niet [verzoeker], [belanghebbende F + N] en [betrokkene 2], maar BTG voor betaling van de schuld zou zorgen, bevestigt slechts dat partijen er kennelijk van uitgingen dat [verzoeker] dan wel diens houdstermaatschappij onder omstandigheden zelf aansprakelijk waren voor betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f46c42d1730d9c9238d5cecdc626842de637caa3b32943d6300792aab72f40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f46c42d1730d9c9238d5cecdc626842de637caa3b32943d6300792aab72f40, en de alinea staat in dat document op bytes 30724 tot 31141.