Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8178.

"Aldus resteert de vraag, of [betrokkene 1] - na te hebben stilgestaan - is opgetrokken, terwijl het verkeerslicht voor hem (nog) op rood stond en aldus de doorgang voor [eiser] onrechtmatig heeft belemmerd en/of geblokkeerd. [Eiser] zal - naar het zich thans laat aanzien - zijn aldus luidende stelling in de hoofdzaak hebben te bewijzen. Voor toewijzing van de provisionele vordering kan slechts aanleiding zijn, indien op voorhand met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat [eiser] ook in dat bewijs zal slagen. Daarvan is evenwel geen sprake, nu thans niet meer bekend is dan dat alleen [eiser] en [betrokkene 1] over het ongeval kunnen getuigen en dat hun getuigenverklaringen lijnrecht tegenover elkaar staan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8, en de alinea staat in dat document op bytes 7188 tot 7924.