Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8178.
"De artikelen 19a, 205 en 213 Rv zijn op goede gronden en weloverwogen in de wet opgenomen. De artikelen brengen niet met zich mee dat er ongelijkheid is tussen de bewijsrechtelijke positie van de partij die wel en de partij die niet de bewijslast heeft. De strekking van de bepalingen is dat de rechter geen waarde mag toekennen aan de verklaring van een procespartij die de bewijsopdracht heeft. Wel is een dergelijke verklaring in het geval van art. 213 Rv van belang indien er een begin van bewijs is en de procespartij die met het bewijs belast is, onder ede als getuige wordt gehoord en zijn getuigenverklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8, en de alinea staat in dat document op bytes 13961 tot 14635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8 | shasum -a 256