Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8178.
"Het Hof heeft in rov. 11 toepassing gegeven aan art. 213 lid 1 Rv., in welke bepaling besloten ligt dat de verklaring van een partij-getuige omtrent door haar te bewijzen feiten geen bewijs te haren voordele kan opleveren, indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig stek zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijverklaring voldoende geloofwaardig maken. Zulks is in beginsel niet in strijd met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces (vgl. HR 31 maart 1995, nr. 15614, NJ 1997, 592). Niet blijkt dat in dit geding de omstandigheden zijn aangevoerd die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat toepassing van genoemde bepaling in het onderhavige geval wel in strijd is met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8, en de alinea staat in dat document op bytes 15617 tot 16433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8 | shasum -a 256