Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8178.
2.8 In het onderhavige geval heeft het hof in rechtsoverweging 4.8 e.v. toepassing gegeven aan art. 213 lid 1 Rv. (oud), welke toepassing ingevolge HR 13 maart 1995, NJ 1997, 592 en HR 13 april 2001, NJ 2002, 391 geen schending van art. 6 EVRM oplevert. Het hof is mitsdien niet uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, zodat de rechtsklacht van onderdeel 1 faalt. De (subsidiaire) motiveringsklacht faalt eveneens aangezien deze berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17463 tot 17966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d00ed75fd73330e3f6dae086ac4cf7ca018eb3b2fb63e927720bc69dc0088b8 | shasum -a 256