Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8185.
2.4. M.i. faalt de klacht. In de akte van 15 augustus 1986 worden de elementen (a), (c) en (d) inderdaad alle drie genoemd. Ter discussie stond niet of deze drie elementen bij één overeenkomst zijn aangegaan. Ter discussie stond de vraag of deze elementen zodanig met elkaar zijn verbonden dat "indien aan één van de onderdelen wordt getornd daarmee de andere onderdelen op de tocht komen te staan". Die vraag heeft het hof ontkennend beantwoord. Gelet op de motivering die het hof in rov. 4.3 heeft gegeven, was het niet nodig dat het hof uitdrukkelijk inging op het feit dat deze drie elementen in de akte van 15 augustus 1986 waren vermeld. Subonderdeel 1.2 mist feitelijke grondslag. Uit rov. 4.3 volgt dat het hof de stelling van [eiseres], dat sprake is van overeenkomsten die zodanig met elkaar samenhangen dat de vernietiging van één der overeenkomsten tot gevolg heeft dat (een of meer van) de overige overeenkomsten niet ongewijzigd in stand kunnen blijven, heeft behandeld en verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb3266ccaefe5162520e31c7940fc77b7c7cf7b492be8684faee4d61cbe2c281. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb3266ccaefe5162520e31c7940fc77b7c7cf7b492be8684faee4d61cbe2c281, en de alinea staat in dat document op bytes 22558 tot 23574.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb3266ccaefe5162520e31c7940fc77b7c7cf7b492be8684faee4d61cbe2c281 | shasum -a 256