Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8185.

2.6. Het hof heeft in rov. 4.3 onderzocht of in de schriftelijke overeenkomsten een onderlinge verbinding is gelegd en heeft die vraag ontkennend beantwoord. Daarmee was een begrijpelijk oordeel beschikbaar over de tekst van de contracten, maar dat is ingevolge het Haviltex-criterium en ook volgens de maatstaf van NJ 1999, 97 niet voldoende. Naast het antwoord op de vraag of in de contracten een onderlinge verbinding is gelegd, bevat rov. 4.3 nog twee andere gronden waarop 's hofs oordeel berust. De eerste is dat de onder 3.3 - 3.6 door de rechtbank vastgestelde feiten "veeleer" wijzen op het bestaan van verschillende overeenkomsten dan op één overeenkomst. Dat is voor het hof dus een indicatie, maar niet een zelfstandig dragende grond. De tweede grond houdt in dat "door [eiseres] overigens geen concrete feiten of omstandigheden zijn gesteld en te bewijzen zijn aangeboden die tot een ander oordeel aanleiding zouden kunnen geven". Dit zou, indien juist, wèl een zelfstandig dragende grond kunnen zijn. Met de steller van het middel ben ik van mening dat deze overweging in het licht van het uitvoerige betoog van [eiseres] bij MvG onder 9 - 23 onbegrijpelijk is. De essentie van dat betoog was dat (naast het in één keer te betalen bedrag van f 675.000) een jaarlijkse betaling van f 35.000 tussen partijen is overeengekomen en dat uitsluitend om een fiscale reden een "huurovereenkomst" tot een bedrag van f 25.000 per jaar met betrekking tot de voorwerpen op de lijsten A en B is gesloten. Als dit betoog van [eiseres] juist is - hetgeen in dit stadium van het geding geenszins vaststaat -, ontheft het wegvallen van de huurovereenkomst de Sint Willibrordus Stichting niet zonder meer van de overeengekomen betalingsverplichting van in totaal f 35.000 per jaar, althans niet zonder een nadere redengeving, welke in het bestreden arrest ontbreekt. M.i. kan het bestreden arrest niet in stand blijven en moet dit betoog alsnog worden onderzocht. Subonderdeel 1.5 bouwt voort op deze klacht en slaagt om dezelfde reden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb3266ccaefe5162520e31c7940fc77b7c7cf7b492be8684faee4d61cbe2c281. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb3266ccaefe5162520e31c7940fc77b7c7cf7b492be8684faee4d61cbe2c281, en de alinea staat in dat document op bytes 24835 tot 26884.