Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8201.
4. [Eiser 1] en [eiser 2] hebben verweer gevoerd tegen de vordering op grond van de stelling dat de tussen hen en de Rabobank gesloten overeenkomst van 30 januari 1991 in feite een borgstelling betrof van hen in privé voor aan de v.o.f. [A] te verlenen lening en krediet. De toestemming daartoe van de echtgenotes van [eiser 1] en [eiser 2] ontbrak echter. De echtgenotes, die pas in de loop van 1994 wetenschap kregen van de borgstelling, hebben op 27 juni 1995 de nietigheid van de rechtshandelingen ingeroepen, zodat [eiser 1] en [eiser 2] geen schuld aan de Rabobank hebben. In reconventie hebben [eiser 1] en [eiser 2] gevorderd een verklaring voor recht dat de overeenkomst van 30 januari 1992 nietig is, alsmede terugbetaling van het onder de regeling van 11 oktober 1993 door hen aan de Rabobank betaalde bedrag van f 31.265,50 met rente en kosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 6754 tot 7624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0 | shasum -a 256