Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8201.

11. De overeenkomst van geldlening behoort niet tot de in artikel 1:88 lid 1 BW genoemde rechtshandelingen. Bij gelegenheid van de invoering van de boeken 3, 5 en 6 van het huidige BW is de vraag onder ogen gezien of niet ook de overeenkomst van geldlening zou moeten onderworpen aan het toestemmingsvereiste, doch de wetgever heeft ervan afgezien art. 1:88 in die zin te wijzigen. Zie Parl. Gesch. Aanpassing BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 27/28. Dat betekent overigens niet dat een overeenkomst van geldlening nimmer binnen het bereik van art. 1:88 en 89 BW zou kunnen vallen. In zijn noot in de NJ onder HR 19 november 1993, NJ 1994, 259 wijst Kleijn - in aansluiting op de beschouwingen in de conclusie van A-G Hartkamp voor het arrest - erop dat overeenkomsten van geldlening die zijn aangegaan om aan een vernietigbare borgtocht te voldoen onder omstandigheden als voortbouwende overeenkomst in de zin van art. 6:229 BW binnen het bereik van art. 1:88 BW kunnen vallen. De Hoge Raad achtte deze situatie in het hem voorgelegde geval overigens niet aanwezig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 13250 tot 14320.