Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8201.
13. Het Hof heeft dat standpunt naar mijn oordeel terecht verworpen. Vaststaat dat aan de v.o.f. [A] door de Rabobank een lening en krediet was geweigerd; niet is gesteld dat na het sluiten van de overeenkomst tussen [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds en de Rabobank anderzijds een lening en krediet aan de v.o.f. wel zouden worden verstrekt; van een (toekomstige) schuld van de v.o.f. jegens de Rabobank was derhalve geen sprake. Aan de essentialia van borgtocht was dan ook niet voldaan, zodat, daargelaten welke zin [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds en de Rabobank anderzijds in de gegeven omstandigheden aan de bepalingen van het contract mochten toekennen en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, hun overeenkomst, wat zij daar verder ook mee beoogden, niet kan worden aangemerkt als een borgstelling: zonder hoofdverbintenis geen borgtocht (art. 7:851 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 14974 tot 15879.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0 | shasum -a 256