Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8201.

14. Evenmin kan de tussen [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds en de Rabobank anderzijds gesloten overeenkomst worden aangemerkt als een overeenkomst die werd aangegaan om aan een vernietigbare borgtocht te voldoen. Uit hetgeen het Hof als vaststaand heeft aangenomen, noch uit de door het middel bedoelde, door [eiser 1] en [eiser 2] aangevoerde omstandigheden volgt dat de geldlening door de Rabobank aan [eiser 1] en [eiser 2] werd verstrekt om hen in staat te stellen aan een gewaarborgde schuld van de v.o.f. [A] aan de Rabobank te voldoen of dat de geldlening werd aangegaan omdat [eiser 1] en [eiser 2] zich reeds als borg verbonden hadden. Ook het door A-G Hartkamp in zijn conclusie voor, en door annotator Kleijn in zijn noot onder HR 19 november 1993, NJ 1994, 259 bedoelde geval van een op een toestemming behoevende borgtocht voortbouwende overeenkomst doet zich hier dus niet voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d300d4e8f95aaf31dfee5fa668f41e9ae9e095a933aad4682ba265a47a59ab0, en de alinea staat in dat document op bytes 15899 tot 16804.