Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8216.
2.12. In het kader van deze grief heeft eiser voorts aangevoerd dat hij heeft voldaan aan de last onder (iii) doordat hij op 6 augustus 1998 alsnog het rapport van een verkennend bodemonderzoek aan B en W heeft doen toekomen. In grief IV betoogde eiser dat de ontoelaatbare situatie was hersteld, zodat de dwangsombeschikking het beoogde effect heeft gehad en de gemeente geen belang meer heeft bij invordering van de verbeurde dwangsom. Het hof heeft die stelling verworpen. Het hof heeft in rov. 9 vastgesteld dat eiser een dwangsom verbeurde indien hij niet uiterlijk op 15 december 1997 de resultaten van het verkennend bodemonderzoek aan het College van B en W zou hebben overgelegd. Deze termijn is ruimschoots overschreden. Het hof heeft overwogen dat de gemeente belang behoudt bij invordering van de dwangsom, "reeds om te voorkomen dat de dwangsomoplegging haar overtuigingskracht verliest". Daarmee heeft het hof op een begrijpelijke wijze gemotiveerd waarom het deze stelling van eiser niet beschouwt als een bijzondere omstandigheid die aan invordering in de weg staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14524b578d9b0edeb07c60161a614fb292e91ae511248174b164e94d9ee1727e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14524b578d9b0edeb07c60161a614fb292e91ae511248174b164e94d9ee1727e, en de alinea staat in dat document op bytes 19770 tot 20866.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14524b578d9b0edeb07c60161a614fb292e91ae511248174b164e94d9ee1727e | shasum -a 256