Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8338.

3.13 Ik neem aan dat de klacht het oog heeft op schending van het beginsel van hoor en wederhoor, nu mr. Van Voorst volgens de klacht niet adequaat heeft kunnen reageren op hetgeen de advocaat van [verweerders] met betrekking tot aan aansprakelijkheidsverzekering heeft opgemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd, en de alinea staat in dat document op bytes 23273 tot 23567.