Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8338.
3.18 Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat mr. Van Voorst door de Ondernemingskamer in de gelegenheid is gesteld te reageren op hetgeen mr. Bink omtrent het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering ter zitting naar voren heeft gebracht. De stelling dat op een tijdens een mondelinge behandeling door de wederpartij naar voren gebrachte suggestie "uiteraard nooit adequaat kan worden gereageerd" gaat in zijn algemeenheid te ver. De onaanvaardbare gevolgtrekking van die stelling zou zijn dat de procedure altijd onderbroken zou moeten worden om de wederpartij te laten reageren op tijdens de mondelinge behandeling gedane verzoeken en/of suggesties. Van een professionele rechtshulpverlener mag worden verwacht dat hij hetzij ter zitting de thans in cassatie ingenomen stelling inneemt dat hij niet adequaat kan reageren en om uitstel verzoekt, hetzij op een korte onderbreking voor nader (telefonisch) overleg met zijn cliënte aandringt. Voor zover uit de stukken blijkt heeft mr. Van Voorst het een noch het ander gedaan, maar heeft hij er kennelijk voor gekozen inhoudelijk op de kwestie van de aansprakelijkheidsverzekering in te gaan. Van een schending van hoor en wederhoor is dan ook geen sprake. De door het middel opgesomde omstandigheden maken dit niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd, en de alinea staat in dat document op bytes 26919 tot 28222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd | shasum -a 256