Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8338.
3.19 De tweede klacht van het onderdeel voert aan dat het treffen van de in dit onderdeel bedoelde voorzieningen in strijd is met het recht omdat de wet daartoe de mogelijkheid niet biedt. Volgens de klacht geeft art. 2: 356 BW een limitatieve opsomming van de mogelijke voorzieningen en vallen de getroffen voorzieningen daar niet onder. Daarnaast spreekt art. 2: 357 lid 4 BW, aldus de klacht, over een "beloning" ten laste van de rechtspersoon, maar laat deze bepaling "geen ruimte voor pro-actieve, fantasievolle toevoegingen die de vennootschap - in financieel opzicht en anderszins - in een moeilijk parket brengen." Ten slotte betoogt de klacht dat de maatregelen van de Ondernemingskamer, mede gelet op artikel 2: 357 lid 4 BW, niet gebracht kunnen worden onder de in art. 2: 357 lid 2 BW genoemde "gevolgen". De klacht is niet nader toegelicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd, en de alinea staat in dat document op bytes 28242 tot 29108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/215dc8bf159c465788ce0b4adfdc6c5440a8f5f8349eb4c80373192fa072a5dd | shasum -a 256