Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8459.
7) Onderdeel 2 richt zich in de eerste plaats tegen het oordeel van het hof in zijn tussenarrest dat aan de verklaring van [betrokkene 3] geen betekenis kan worden toegekend (r.o. 4.3.1). Het hof heeft daartoe overwogen dat [betrokkene 3] zich kennelijk heeft vergist in het jaar waarin het telefonisch contact met [eiseres] heeft plaatsgevonden. Zo zou dit telefonisch contact niet in 1990 (het jaar waarin de betalingen zijn verricht), maar in 1991 plaatsgevonden hebben. Dit heeft het hof niet alleen aannemelijk geacht op grond van de door [betrokkene 3] geschetste lichamelijke toestand van [eiseres], maar ook op grond van haar verklaring inzake de aanwezigheid van [verweerder] c.s. in 1990 op Curaçao. Tussen partijen is immers niet in geschil dat [verweerder] c.s. in maart 1991 en niet in 1990 op Curaçao zijn geweest, aldus het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/482ebf71aa2985748bb84adfd1193569fd404de701ef7bb14cdb26a9098f7775. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 482ebf71aa2985748bb84adfd1193569fd404de701ef7bb14cdb26a9098f7775, en de alinea staat in dat document op bytes 18594 tot 19452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/482ebf71aa2985748bb84adfd1193569fd404de701ef7bb14cdb26a9098f7775 | shasum -a 256