Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8459.
Deze bepaling is in de onderhavige procedure niet ter sprake geweest. Dat is spijtig voor [eiseres], want naar mijn mening leent deze regel van bewijslastverdeling zich voor anticiperende toepassing. In elk geval had een beroep op die bepaling de rechter op het idee kunnen brengen in deze zaak op grond van de omstandigheden van het geval de bewijslast op [verweerder] c.s. te leggen. Vgl. ook Asser-Hartkamp II, nr. 216a en de literatuur genoemd in Vermogensrecht, art. 44 lid 4 (Stolp), aant. 12.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/482ebf71aa2985748bb84adfd1193569fd404de701ef7bb14cdb26a9098f7775. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 482ebf71aa2985748bb84adfd1193569fd404de701ef7bb14cdb26a9098f7775, en de alinea staat in dat document op bytes 27104 tot 27616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/482ebf71aa2985748bb84adfd1193569fd404de701ef7bb14cdb26a9098f7775 | shasum -a 256