Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8464.

2.13 Mijns inziens is deze motivering niet onberispelijk. Er is hier iets anders aan de hand, namelijk dat - nu de bestuursrechtelijke mogelijkheid van bezwaar en beroep tegen zuivere schadebesluiten bestond - voor Raatgever een voldoende rechtsbescherming biedende administratieve rechtsgang openstond, waarin zij het door haar gewenste resultaat (volledige schadevergoeding) had kunnen behalen. Daarom had de Hoge Raad naar mijn mening niet op het beginsel van formele rechtskracht een uitzondering moeten maken, maar op de regel dat eiser niet-ontvankelijk is als een voldoende bescherming biedende bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat of heeft opengestaan.(33) Het beginsel van formele rechtskracht leidt, zoals gezegd onder 2.5 van deze conclusie, immers tot afwijzing van de vordering omdat de rechtmatigheid van het onderliggende besluit op grond daarvan vaststaat, en dus niet tot niet-ontvankelijkheid van de eiser. In het geval Raatgever stond de onrechtmatigheid van dat besluit echter vast als in cassatie onbestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3443b3ef5f75d5283e07d51bbe30dacece7b8b9272a04c5bdd3aa86882faf5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3443b3ef5f75d5283e07d51bbe30dacece7b8b9272a04c5bdd3aa86882faf5d, en de alinea staat in dat document op bytes 23540 tot 24588.