Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8474.
- Een (belangrijk) deel van de uitzonderingen berust vooral(3) op de gedachte dat aan een debiteur niet het hoogstnoodzakelijke mag worden onthouden, en dat hem een "bestaansminimum" moet worden gelaten(4). Dat geldt bijvoorbeeld voor de uitzonderingen die al sinds 1838 - zij het niet ongewijzigd - in art. 447 onder 1° - 3° en in art. 448 Rv. zijn opgenomen, voor de uitzonderingen van art. 475c en 475d Rv., en voor het "vrijgelaten" arbeidsinkomen en de alimentatie van art. 21 sub 2° en sub 3° Fw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e, en de alinea staat in dat document op bytes 8016 tot 8535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e | shasum -a 256