Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8474.

- Andere uitzonderingen berusten, althans mede, op de gedachte dat het betreffende vermogen(sbestanddeel) met het oog op de bestemming daarvan aan verhaal moet worden onttrokken, en alleen mag dienen voor de bestemming die daaraan gegeven is(5). Dat lijkt mij (mede) de reden waarom toekomstige pensioenaanspraken (niet zijnde termijnen van een reeds ingegaan pensioen) aan verhaal onttrokken zijn(6), en de reden voor de uitzondering met betrekking tot "ouderlijk vruchtgenot" uit art. 21 sub 4° Fw. Soortgelijke overwegingen gelden voor onder bewind gesteld vermogen (art. 60a en art 21 onder 6 Fw) en voor de storting wegens beperking van de aansprakelijkheid van scheepseigenaren (art. 447 onder 4° en art. 642c Rv.). Dergelijke overwegingen zullen hebben meegespeeld bij de uitzondering die de art. 21a en 295a Fw maken voor rechten uit hoofde van levensverzekeringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e, en de alinea staat in dat document op bytes 8543 tot 9431.