Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8474.
14. In de hiervóór neergeschreven beschouwingen zijn de argumenten uit het cassatiemiddel voor een groot deel al behandeld. Die argumenten strekken er alle toe dat het aan [verzoeker] toekomende smartengeld, ook nadat de aanspraak daarop in een (vaststellings)overeenkomst was vastgelegd, wegens het hoogstpersoonlijke karakter van die aanspraak en/of op grond van de redelijkheid en billijkheid, buiten de boedel in het inmiddels uitgesproken faillissement behoort te blijven; of - althans - dat dat het geval is voor een gedeelte van het smartengeld dat evenredig is aan de te verwachten levensduur van [verzoeker] na het einde van het faillissement(23).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e, en de alinea staat in dat document op bytes 21768 tot 22439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e | shasum -a 256