Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8474.
16. Ik merk nog op dat het mij onaannemelijk lijkt dat (zoals in onderdeel iiii en iiiiii van het middel wordt verdedigd), de ernst van het leed dan wel de verdere persoonlijke omstandigheden van het slachtoffer gewicht in de schaal (mogen) leggen bij de beoordeling of diens aanspraak op smartengeld wel of niet voor verhaal ten behoeve van crediteuren beschikbaar moet zijn. Het lijkt mij ongerijmd dat smartengeld terzake van zeer ernstig lijden buiten het bereik van crediteuren zou vallen, maar smartengeld ten aanzien van (iets) minder ernstig lijden niet (wat toch de consequentie van de in dit verband door het middel verdedigde opvatting zou zijn(24)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e, en de alinea staat in dat document op bytes 23842 tot 24517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e | shasum -a 256