Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8474.
18 Ik teken daarbij aan dat Lindenbergh, diss., p. 318 - 319, de door de wetgever (bij art 6:106 lid 2 BW) gekozen methode als weinig consequent kwalificeert. Verheij, op de in voetnoot 14 aangehaalde plaats, verdedigt dan ook - als ik het goed zie: à la barbe van wetstekst en wetsgeschiedenis - een geheel andere uitleg van de bepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e, en de alinea staat in dat document op bytes 31670 tot 32023.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e | shasum -a 256