Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8474.

In de noot onder dit arrest zinspeelt Kleijn erop dat het antwoord op de vraag van verknochtheid in de rechtsverhouding tussen de (ex-)echtgenoten anders kan zijn dan in de rechtsverhouding t.o.v. derden, waaronder (gemeenschaps)crediteuren. Ik meen - ook hier: met de in cassatie bestreden beslissing van de rechtbank - dat dat inderdaad het geval is. Ook daarom lijkt mij niet aannemelijk dat de Hoge Raad aan de "verknochtheid" van de vordering wegens smartengeld, als het gaat om de rechtsverhouding ten opzichte van crediteuren, de consequenties wil verbinden die in de verhouding ten opzichte van de huwelijkspartner wèl gerechtvaardigd kunnen zijn. Lindenbergh, diss., p. 317 - 318, laat echter blijken dat hij in het jongste van de twee hier besproken arresten aanleiding vindt om daarover te twijfelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f5f74046575988c4181878920632c495599eb0b79100fdd751ad9f9a72a6c1e, en de alinea staat in dat document op bytes 33571 tot 34397.