Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8828.

Het zij nogmaals gezegd, de factor is, ingevolge het bepaalde in de laatste volzin van art. 42, lid 1, Onteigeningswet, afhankelijk van de in te schatten nog doorlopende huur, de onteigening weggedacht. Dat betekent dat indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de resterende huurperiode korter zal zijn dan de maximaal doorlopende periode, de factor, afhankelijk van de nog in te schatten tijdsduur, naar beneden zal moeten worden bijgesteld. Een belangrijke omstandigheid daarbij is de mate van wettelijke huurbescherming. Voor de huurder van art. 1624 BW-bedrijfsruimte is deze geregeld in de vijfde afdeling van de zevende titel van boek 7A van het BW (in het bijzonder de art. 1625-1629) en in de Huurwet. Overigens zijn nog een aantal omstandigheden van belang om over te gaan tot toepassing van een lagere kapitalisatiefactor dan de gebruikelijke, zoals de aard van het gehuurde, de beschikbaarheid van een vervangende locatie, de gemiddelde contractsduur bij het huren van vergelijkbare ruimten, de leeftijd van de huurder en de levensvatbaarheid van het in het gehuurde uitgeoefende bedrijf.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bd58facbd3b6438bc4730550f9c54172b6c0427abfe40a963e9fa920b3ebda9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bd58facbd3b6438bc4730550f9c54172b6c0427abfe40a963e9fa920b3ebda9, en de alinea staat in dat document op bytes 11003 tot 12126.