Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8831.
8. Inderdaad blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat verdachte eerder is veroordeeld en dat verdachte destijds dat feit heeft bekend. Dat betekent echter niet dat de klacht doel treft. De overweging van het Hof moet namelijk aldus worden gelezen dat het Hof uit de overeenstemming tussen de in de overweging genoemde verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft afgeleid dat verdachte het feit heeft begaan. De passage daaraan voorafgaand, waarin het Hof melding maakt van de veroordeling en de bekentenis, vormt de inleiding op hetgeen daarna wordt weergegeven, maar is niet direct voor het bewijs gebruikt. Voor zover die veroordeling en bekentenis in het kader van de bewijsvoering een rol hebben gespeeld, zal deze, nu het Hof ze niet rechtstreeks voor het bewijs heeft gebruikt, aldus moeten worden begrepen dat veroordeling en bekentenis argumenten opleverden om de verklaring van [slachtoffer 2] over wat destijds is geschied, betrouwbaar te achten. Overwegingen die daarop betrekking hebben behoeven niet te steunen op in de uitspraak opgenomen wettige bewijsmiddelen(1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e, en de alinea staat in dat document op bytes 7119 tot 8223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e | shasum -a 256