Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8831.

10. Het slachtoffer heeft verklaard dat de ontuchtige handelingen met haar plaatsvonden in de periode van (ongeveer) januari 1989 tot september 1990, toen het seksueel misbruik van haar oom met haar nichtje [slachtoffer 2] uitkwam. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij omstreeks 1990 aangifte tegen haar oom heeft gedaan omdat hij haar van haar tiende tot haar vijftiende seksueel had misbruikt. Kennelijk en in het licht van de stukken niet onbegrijpelijk - zie het rapport van Van Leeuwen - heeft het Hof deze verklaringen aldus opgevat dat het misbruik van [slachtoffer 2] in 1990 heeft voortgeduurd totdat zij dat naar buiten bracht. Als die lezing wordt gevolgd, mist de klacht feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e, en de alinea staat in dat document op bytes 8625 tot 9345.