Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8831.
11. Hetzelfde lot treft de klacht dat niet uit de bewijsmiddelen kan blijken dat de ontucht altijd heeft plaatsvonden in de woning van verdachte wanneer [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] bij hem logeerden. In de als bewijsmiddel 4 opgenomen verklaring die [slachtoffer 2] tegenover verbalisanten heeft afgelegd, verklaart zij dat zij door haar oom (verdachte) is misbruikt en dat hij onder andere gemeenschap met haar heeft gehad en dat dat gebeurde als zij bij hem en haar tante in [woonplaats] logeerde. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat de ontucht plaatsvond wanneer zij bij verdachte, die in [woonplaats] woonde, logeerde (bewijsmiddel 1 en 3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e, en de alinea staat in dat document op bytes 9365 tot 10030.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/388bb240d2d27df7116f3876c7931136e41217a3e0c4527460c8ea14993a4c8e | shasum -a 256