Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8855.

"De wet geeft in een geval als het onderhavige aan de officier van justitie zowel de mogelijkheid om verdachte ter zake van nieuwe feiten te dagvaarden mits voldoende verband bestaat tussen deze feiten en het feitencomplex zoals dat aan de originele dagvaarding ten grondslag ligt als door middel van wijziging van de tenlastelegging volgens art. 261 lid 3 Sv juncto artikel 314a Sv nieuwe feiten tenlaste te leggen. De officier van justitie kan om hem moverende redenen hieruit kiezen. De keuze die de officier van justitie thans heeft gemaakt is gebaseerd op zijn wettelijke bevoegdheid en kan derhalve niet als detournement de pouvoir worden afgedaan. Van de keuze die de officier van justitie heeft gemaakt valt evenmin te zeggen dat deze onzorgvuldig zou zijn, te meer niet daar de officier van justitie reeds ter zitting van 18 augustus 1999 heeft aangekondigd een dagvaarding na binnenkomst van het eindproces-verbaal zal worden opgesteld en dat hij een compleet onderzoek nodig heeft om de feiten tenlaste te leggen en ten tweede reeds half oktober 1999, derhalve één maand vóór de zitting, zijn concept vordering wijziging tenlastelegging heeft toegezonden aan de verdediging en rechtbank. De rechtbank concludeert dat de officier van justitie ontvankelijk is in diens vordering tot wijziging van de tenlastelegging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4, en de alinea staat in dat document op bytes 7295 tot 8638.