Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8855.

10. Het achterwege blijven van een beslissing op dat onderdeel van het verweer zal evenwel niet tot cassatie kunnen voeren. Indien de officier van justitie gebruik maakt van zijn wettelijke bevoegdheid ter terechtzitting wijziging of nadere omschrijving van de tenlastelegging te vorderen, en die vordering wordt toegewezen, kan bij de verdediging het verlangen rijzen nader onderzoek te doen verrichten, zoals het horen van getuigen, waarop eerder niet is aangedrongen omdat de aanvankelijke omschrijving van de feiten de verdediging daartoe geen aanleiding gaf. Zo dat verlangen opkomt staat het de verdediging vrij om ter terechtzitting de nadere onderzoeksverrichtingen te vragen die in haar visie door de wijziging of aanvulling van de tenlastelegging noodzakelijk zijn geworden. Daarom kan niet gezegd worden dat de verdachte een volledige behandeling in eerste aanleg wordt onthouden doordat de officier van justitie, binnen de door Rechtbank en Hof gereleveerde grenzen gebruik makend van zijn wettelijke bevoegdheden, de tenlastelegging zodanig wijzigt of aanvult dat daarin feiten worden opgenomen die in de aanvankelijk uitgebrachte dagvaarding niet afzonderlijk waren genoemd, dan wel overeenkomstig een andere wettelijke strafbaarstelling waren omschreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4, en de alinea staat in dat document op bytes 14433 tot 15716.