Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8855.

15. Nu (zoals ik hierboven reeds opmerkte) 's Hofs overwegingen meebrengen dat het de gronden waarop de Rechtbank het bezwaar tegen de vordering tot nadere omschrijving van de feiten verwierp heeft overgenomen en tot de zijne gemaakt, is zijn vaststelling dat de ontploffingen zijn te beschouwen als middel tot realiseren van de afpersing niet onbegrijpelijk. Die vaststelling draagt, bezien in verband met hetgeen de Rechtbank heeft overwogen, het oordeel dat er voldoende verband bestaat tussen de feiten (teweegbrengen van ontploffingen) die zijn genoemd in de op de voet van art. 261, derde lid, Sv uitgebrachte dagvaarding en de poging tot afpersing en het verboden wapenbezit die in de overeenkomstig art. 314a Sv gedane vordering als feiten 1 en 3 zijn genoemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4, en de alinea staat in dat document op bytes 20104 tot 20886.