Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8855.

Verdachte heeft bovendien ter terechtzitting niet aannemelijk gemaakt dat anderen dan hij zelf of zijn moeder toegang hadden tot de plaats waar de patronen en de patroonhouder zijn gevonden. Derhalve is ook zijn stelling dat een ander die goederen in de garage heeft opgehangen niet aannemelijk geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabbfdf0b41ca9f876a69c9678918396ec2a084e0e05b4d20e0bf05d5d3129d4, en de alinea staat in dat document op bytes 22071 tot 22388.